DE WIEDSTERS.

WIEDSTERLIED.

Maria, groote, reine,
U liggen wij te voet.
Wij zijn zoo kwaad en kleine.
Maria, wees ons goed.
Ave, Ave!
Maria, wees gegroet.

Ook gij hebt op der aarde
Gepijnd, geslaafd, gewroet;
Gewaardigd door uw waarde
Der armen arremoed.
Ave, Ave!
Maria, wees gegroet.

Geleid ons, arme lieden,
Schier blind van zweet en bloed;
En weer, als Gij zult wieden,
Ons uit der hellen gloed.
Ave, Ave!
Maria, wees gegroet.



11 Liederen voor 't Volk, Maldegem (V. Delille) 1903, 143 p.
10 Natuur, St.-Martens-Latem (De Praetere) z.j. (1903), 128 p.
163 Gedichten, Amsterdam (S.L. Van Looy) 1907, 224 p.
177 Gedichten, tweede vermeerderde druk, Amsterdam 1911, 242 p.
231 Gedichten, derde vermeerderde druk, Amsterdam 1918, 305 p.